De aardappel, een verborgen schat

Kwaliteit

Zowel voor de versmarkt als voor de verwerkende industrie worden de kwaliteitseisen alsmaar strenger.

Veel hangt af van het drogestofgehalte. Het drogestofgehalte is wat er over blijft nadat al het vocht uit de aardappel is verdwenen. Dit gehalte varieert doorgaans tussen 18 en 24%. Dit percentage is zowel bepalend voor het rendement van het productieproces als voor de kwaliteit van het afgewerkte product. Zo kan bij de productie van chips het drogestofgehalte niet hoog genoeg zijn. Bij de productie van frieten daarentegen zal bij een te hoog gehalte de friet te hard en te droog worden.

Onderwatergewicht
Het onderwatergewicht is een term die veel voorkomt in de aardappelwereld, maar wat betekent het nu eigenlijk? Het onderwatergewicht wordt gebruikt om op een vlotte en handige manier het drogestofgehalte van aardappelen te bepalen bij de aankomst op het verwerkend bedrijf. Hierbij wordt, steunend op de wet van Archimedes, het soortelijk gewicht van de aardappelen berekend door de aardappelen tweemaal te wegen: eenmaal gewoon en eenmaal ondergedompeld in water. Uit deze twee getallen wordt het drogestofgehalte berekend.



Daarnaast moeten de knollen volledig gezond zijn, vast, niet gekiemd en vrij zijn van inwendige en uitwendige gebreken.